Eerst bokjes kijken, dan bokjes proeven. De neushoorn zullen we sparen 😜

 

 

Dit park ligt in het oosten van Zuid-Afrika tegen de grens met Zimbabwe en Mozambique. In dit gebied komt malaria voor, neem dus voorzorgsmaatregelen.
In het begin van 1890 sprak Paul Kruger, de toenmalige president van de Transvaal Republiek, zijn zorgen uit over het behoud van de natuur en vooral ook de wilde dieren.
Hoewel men in die tijd de jacht belangrijker vond dan het behoud van flora en fauna, kreeg Kruger het toch voor elkaar om 4600 vierkante kilometer te laten verklaren tot beschermd gebied. In de 20ste eeuw zijn hier verschillende stukken land en boerderijen aan toegevoegd. Nu is het Kruger National Park met 19.685 vierkante kilometer het grootste en bekendste wildpark in Zuid-Afrika, met de grootste verscheidenheid aan wilde dieren in Afrika. De Big Five, bestaande uit leeuw, luipaard, olifant, buffel en neushoorn, zijn er zeker te vinden. Het park is bijna 350 km lang en heeft een gemiddelde breedte van 60km. Het Krugerpark biedt 2000km aan wegen en 4×4 routes aan en 23 kampen met accommodaties van eenvoudig tot luxe. Er zijn verschillende toegangshekken: Malelane en Crocodile Bridge aan de zuidkant, het Numbihek en Paul Krugerhek bereikbaar vanuit Hazyview, Orpenhek vanuit Phalaborwa, en Punda Maria- en Pafurihek in het noorden van het park. Sinds mei 2002 is het Kruger National Park onderdeel van het 35.000 vierkante kilometer grote Greater Limpopo Transfrontier Park, waar het Coutada 16 Reservaat in Mozambique en het Gonarezhou Reservaat in Zimbabwe deel van uitmaken. De bedoeling is om het wild in een ‘grenzeloos’ reservaat te laten leven. Verder is er in en om het park nog meer te zien. In het westen grenst het reservaat aan verschillende grote privé-reservaten. In de buurt van Pafuri bevindt zich een aantal voorhistorische overblijfselen, de ruïnes van Thulamela. In Skukuza is het Campbell Hut Museum, waar u een gerestaureerde hut kunt bekijken, en de Stevenson Hamilton Memorial Library. Tevens zijn er in de verschillende kampen die zich in het Krugerpark bevinden lokale musea. In het Kruger National Park gelden strenge regels voor de toeristen. Je mag de auto alleen verlaten op plaatsen waar dat is toegestaan. De autodeuren moeten ten allen tijde gesloten blijven en er mogen geen lichaamsdelen via het raam of het open daken naar buiten steken. U wordt verwacht met een geldig rijbewijs te rijden en niet onder de invloed te zijn van alcohol. Het voeren van de dieren is strafbaar en u mag geen planten of dieren uit het park meenemen. Er wordt streng gecontroleerd op de naleving van deze regels. Om zo veel mogelijk te genieten van uw verblijf kunt u bij de receptie van elk kamp informatie krijgen over de verschillende activiteiten die er beschikbaar zijn. Ook de afstanden binnen het Krugerpark mag u niet onderschatten: reken op een 20 à 25 km, die u gemiddeld per uur op een rustige manier kunt afleggen.
16
Tip: Houdt er rekening mee dat de openingstijden liggen tussen 06.00 uur ’s ochtends en 17.30 uur ’s middags. Buiten die tijden zijn alle hekken gesloten. Daarnaast moet u rekening houden met de volgende snelheden: 50km op de verharde weg en 40km op de zandwegen. Ook de entreegelden van alle nationale parken die u bezoekt, zullen bij aankomst aan de hekken betaald moeten worden. Deze entreegelden staan helaas los van eventuele betaalde overnachtingen in de parken en kunnen daarom niet vooraf worden voldaan.
Safari Is een speurtocht naar de Flora en Fauna. Dit kan zijn per voet, per paard, per kano, of per jeep. Het doel kan ook verschillen, men kan een safari maken om te jagen, te spotten of om te fotograferen.
Ranger Is de specialist wat betreft de Flora & Fauna in Zuid Afrika. De ranger weet dus niet alleen iets af van de olifant en het kameelperd (giraffe) maar ook van vogels, spinnen, de planten en bomen.
Tracker is de specialist wat betreft de sporen en de specifieke omgeving. Gedurende een game drive neemt hij plaats voor op de motorkap of bovenop het voertuig. Vanuit deze positie geeft hij, in samenwerking met de ranger, aan in welke richting er gereden moet worden.
Night- Drive. Deze safari vindt ‘s avonds plaats, waarbij met behulp van een sterke lamp de omgeving wordt verkend. Af en toe ziet u gele en rode oogjes aan u voor bij trekken. Deze rit is vooral geschikt om de nachtdieren in actie te zien.
Bush Walks
Door deel te nemen aan een bush walk krijgt u de kans om dichterbij het hart van Afrika te komen. Uw gids legt de medische waarde van planten en bomen uit en zal u informeren over andere bezienswaardigheden die in de bush te vinden zijn.
De cheeta
De cheeta loopt al vier miljoen jaar op de aardbol rond, lang voor de andere leden van de “kat” familie. Tot het einde van het laatste ijstijdperk, ongeveer 10000 jaar geleden, kwam hij voor in Azië, Afrika, Europa en Noord Amerika. Hij is de snelste van de landdieren, met een gestroomlijnd lijf en lange poten en een lange staart die in scherpe bochten als roer gebruikt wordt. Hij heeft een relatief kleine kop met zwarte traan sporen die vanaf de ooghoeken langs de neus naar de bek lopen. De vacht is bruin met kleine zwarte stippen, kort en ruwharig. De vrouwtjes leven alleen, afgezien van de tijd, 18 maanden, dat ze voor haar jongen zorgt. Namibië heeft het grootste aantal wilde cheeta’s. Cheeta’s jagen in de vroege ochtend en avond en de prooi bestaat vooral uit antilopen, wrattenzwijnen, hazen en jachtvogels.
17
Wilde honden
Wilde honden zijn door hun boeiend gedrag een zoektocht waard. Ze worden ook wel de Kaapse jachthonden genoemd of de geschminkte hond vanwege de drie kleuren (zwart, wit en bruin) van hun vacht en snuit. De wilde honden zijn de beste jagers van Afrika gevolgd door de hyena en leeuw en de essentie van hun succesvolle sociale systeem is de samenwerking in jagen en voedsel verdelen. Zo bewaren ze niet alleen voedsel voor hun jonkies, maar ook voor de babysitters. Ze leggen enorme afstanden af wanneer ze jagen waarbij ze ook over boerderij grond komen. Als gevolg hiervan werden ze in het verleden afgeschoten en zijn hun aantallen daardoor sterk afgenomen.
Spotted Hyena
De gevlekte (spotted) hyena is de grootste hyenasoort. Met zijn verwanten, de aardwolf, de gestreepte hyena en de bruine hyena, deelt hij uiterlijke kenmerken die karakteristiek zijn voor een hyena: een sterk aflopende rug met rechtop staande manen, korte brede kaken en stevige schouders. De gevlekte hyena is sterk gebouwd met een korte tot middellange, borstelige staart. De oren op de korte, brede kop zijn groot en afgerond. De vacht is kort en bruin tot grijzig geel van kleur. Over het lichaam, de nek en de poten verspreidt liggen onregelmatig zwarte vlekken, deze gevlekte vacht dient als camouflage tussen de lage begroeiing op de savanne. De gevlekte hyena komt in een groot gedeelte van Afrika ten zuiden van de Sahara voor, van woestijnen tot open bossen, en van droge steppen tot hooggelegen heidegebieden. Hij mijdt de dichte wouden. De meeste dieren leven op open savannes waar veel herbivoren voorkomen. De gevlekte hyena is overwegend ’s nachts actief. De gevlekte hyena leeft in groepen, die clans worden genoemd. De grootte van een clan is afhankelijk van het voedselaanbod. Op de savanne, waar het voedselaanbod groot is, zullen de clans groter zijn (35 tot wel 80 dieren) dan in de voedselarme woestijn (hooguit tien dieren). Karakteristiek zijn de schreeuwende, jankende en ‘lachende’ geluiden van de gevlekte hyena. De geluiden dienen onder meer om soortgenoten te waarschuwen voor gevaar, het attenderen op een prooi en het tonen van onderworpenheid aan hogergeplaatste soortgenoten. Na een draagtijd van vier maanden worden tot vier jongen geboren in een ondergronds hol. De jongen groeien zeer snel. Jonge hyena’s worden op een leeftijd van ongeveer twee maanden overgebracht naar een gezamenlijk hol waar ze door alle zogende vrouwtjes gevoed kunnen worden. Dit vergroot de levenskans van een jonge hyena behoorlijk omdat het voor melk niet langer alleen afhankelijk is van zijn moeder.
Jakhals
De schuwe gestreepte jakhals leeft in Afrika en is vooral tijdens de nacht actief. Het dier is een loyale partner en toegewijde ouder, en staat ten onrechte bekent als hebberige rover of lakei van grotere roofdieren. Hoewel hij kadavers zeker niet laat liggen, besteedt hij de meeste energie aan het jagen op prooi of het zoeken naar eetbare planten. Jakhalzen blijven hun hele leven trouw aan hun partner.
Zo’n twee maanden na de paring brengt het vrouwtje op een beschutte plek drie tot zes jongen ter wereld. Het eerste jaar is voor de nieuwe ouders het moeilijkste. Het vrouwtje voedt de jongen de eerste vijf weken met haar melk en daarna moet de ene ouder op zoek naar vlees, terwijl de andere bij de jongen de wacht houdt. De prooi wordt haastig opgeschrokt en later voor de jongen opgebraakt. Na een paar maanden vergezellen de jongen hun ouders tijdens het foerageren. Wanneer ze zes tot acht maanden oud zijn,
18
kunnen ze alleen jagen. De meeste jongen verlaten hun ouders rond deze tijd, maar één of twee, meestal vrouwtjes, blijven achter om de volgende worp te helpen verzorgen, tot zij afgelost worden door de volgende generatie. De band tussen een paartje gestreepte jakhalzen is ongewoon sterk. Ze werken in totale harmonie samen en verdedigen een territorium dat twee en een halve vierkante kilometer groot kan zijn. De grenzen worden met urine gemarkeerd. Of ze nu rusten of aan het foerageren zijn, de twee zijn perfect op elkaar afgestemd. Binnen hun territorium bevinden zich dicht struikgewas om te schuilen en rustplaatsen als verlaten holen van aardvarkens, oude termietenhopen of plekjes waar ze een hol kunnen graven. In gebieden waar mensen wonen, komen jakhalzen alleen tijdens de nacht te voorschijn.
Wrattenzwijn
Hoewel het wrattenzwijn noch mooi noch elegant is, is hij toch wel opmerkelijk. Deze varkensachtige dieren hebben een licht behaard grijsachtig vel en een opvallende kop met drie paar kraakbeenachtige ‘wratten’, waarvan één paar op de onderkaak. Deze knobbels zijn bij het mannetje het meest uitgesproken, net als de grote slagtanden. Deze zijn doorgaans langer dan 30 cm maar het record staat op 68 cm! Wrattenzwijnen worden vrijwel overal in Afrika, ten zuiden van de Sahara, gevonden. Ze zijn vooral te vinden in open terrein en voornamelijk overdag actief. Ze eten vaak geknield op de voorpoten om de kleine stukjes gras, die door grotere graseters zijn over gelaten, te kunnen bereiken. Wrattenzwijnen houden erg van modderbaden, maar hun nest is altijd zeer schoon. Ze slapen meestal in holen, waar ze achterwaarts naar binnen gaan. Op deze manier kunnen ze een potentiële aanvaller direct te lijf gaan met hun slagtanden. Het dier staat bekend om z’n kracht en uithoudingsvermogen en geeft niet gauw op in een meedogenloos gevecht. Honden leggen nogal eens het loodje in een gevecht met een wrattenzwijn en zelfs een luipaard kan hetzelfde lot overkomen wanneer ze worden opengereten door de slagtanden van dit dier. Het is een leuk gezicht om de dieren te zien hollen, allemaal met hun harige staart recht omhoog. Er wordt aangenomen dat dit bedoeld is als een baken om elkaar niet kwijt te raken.
De Marula Boom
De geschiedenis van de marula boom gaat duizenden jaren terug. Archeologisch ontdekkingen bewijzen dat de marula boom al 10.000 jaar voor Christus een bron van voedsel was. Het is een bladverliezende boom die een hoogte van 20m kan bereiken. Hij bloeit tussen september en november en draagt vruchten tussen januari en maart. Mens en dier genieten van de vruchten en er zijn talloze legendes over het uitgebreide gebruik van de boom, van de schors, de bladeren, de vruchten en de noten tot aan de pitten toe.
De Marula vruchten zijn sappig en aromatisch zo groot als een kleine pruim. Het vruchtvlees heeft een extreem hoog vitamine C gehalte en kan worden gekookt voor de productie van jam, vruchtensappen en alcoholische dranken. Olifanten, giraffen, antilopen en bokken eten de bladeren en het gevallen fruit, apen eten zowel de vruchten aan de boom als van de grond en vogels eten de bloemen en de vruchten. De zaden bevatten twee tot drie eetbare noten. Ze worden ook geperst en de olie wordt gebruikt in cosmetica. De schil van de vruchten wordt verbrand en gebruikt als koffie. Het hout is zacht en wordt gebruikt voor snijwerk, terwijl van de binnenste bast touw gemaakt wordt. De groene bladeren worden gegeten tegen brandend maagzuur. De schors bevat antihistaminica en kan, tot een pulp gemalen, toegepast worden bij de behandeling van dysenterie en diarree en als antimalaria middel.