Okunoin in Koyasan

Templestay in Koyasan

Even twijfelen we of we de route ietwat gaan omgooien. We hebben al zoveel tempels gezien én moeten overslaan omdat het gewoonweg onmogelijk is om álles te zien. Is het dan zinvol om weer naar een andere plek te reizen voor nog meer heiligdommen? Vakantiestress slaat toe. Maar de mogelijkheid om kosteloos de boeking te annuleren van ons volgende hotel, is al voorbij. Dat maakt de keuze makkelijk. We houden ons aan het reisplan én daar zijn we achteraf wel blij mee.

We gaan vroeg uit de veren, want we trekken de bergen in en we hebben vandaag niet bepaald een standaard A naar B route. Het wordt trein, trein, trein, cablecar en bus. Ruim 3 uur later komen we aan in Koyasan, een van de drie heilige plaatsen in het Kii-gebergte die erkend is als Werelderfgoed door UNESCO.

We hebben in Koyasan een templestay bij de monniken van Yochi-IN. Niet per se omdat we een ceremonie wilden bijwonen, maar omdat in deze plaats geen ‘normale’ hotels zijn te vinden. De Yochi-IN tempel werd in 1127 gebouwd. Maar door de jaren heen is de tempel erg goed onderhouden en gemoderniseerd. Ook de tuin is een lust voor het oog, met mooie zen-tuinen en talloze kersenbloesem-bomen.

Toevalligerwijs zijn we niet de enige Nederlanders die vannacht verblijven in de tempel, we arriveren samen met een ander stelletje bij de tempel. Sowieso zien we veel meer westerse toeristen sinds we in Kyoto zijn aangekomen. We worden vriendelijk ontvangen en nadat we op de sloffen (schoenen gaan in tempels uit) naar onze kamer zijn begeleid (sloffen uit in de kamer) en de administratieve handelingen hebben afgerond, volgt een groene thee met ‘koekje’. Het voelt allemaal iets huiselijker dan onze templestay vorig jaar in Zuid-Korea, omdat we dit keer in het tempelcomplex zelf slapen en niet in een bijgebouw.

We hebben geen tijd te verliezen, want het is hier vroeg donker. De voornaamste reden om Koyasan te bezoeken is om de Okunoin begraafplaats. Maar al snel blijkt dat er veel en veel meer te zien is dan dat. Recht tegenover ons hotel staat een reusachtige felrode toegangspoort met daarachter een imposante pagode. En daarnaast staat een grote tempel. Keuzestress alom. We gunnen onszelf de tijd tot de bus naar de begraafplaats vertrekt om even rond te kijken aan de overkant en komen terug voor de tempels als er nog tijd over is.

De Okunoin begraafplaats is de grootste van Japan met meer dan 200.000 graven en dit aantal neemt nog altijd toe. Wij lopen de begraafplaats op via het nieuwere gedeelte. Hier zien we veel modernere en vrij grote graven en gedenkmonumenten van bedrijven als UCC, Panasonic en Nissan. Deze bedrijven hebben deze gedenkplaatsen aangekocht om overleden medewerkers te eren en danken voor hun jarenlange inzet voor het bedrijf. Het gaat zelfs zover dat een bestrijdingsmiddelen fabrikant een gedenkmonument heeft geplaatst ter nagedachtenis aan alle insecten die het heeft laten doen omkomen door het gebruik van hun pesticiden.

Als we verder het bos inlopen, worden we getrakteerd op schitterende herfstkleuren. Herfst is in Japan minstens zo’n belangrijk fenomeen als de kersenbloesem periode. Rond deze tijd kleuren de bomen van lichtgeel tot felrood en alle tinten ertussenin die je kunt bedenken. Met de tempels en graven op de achtergrond maakt dit plaatjes die je kent uit de boekjes.

Aan het einde van het pad staat de Torodo Hall (hal van de lampen), dit is een grote tempel die is gebouwd voor het mausoleum van Kobo Daishi’s (Kukai), de stichter van de Shingon boeddhistische school. Volgens degenen die dit geloof aanhangen zijn er geen doden in Okunoin, maar enkel wachtende zielen. Zoals het verhaal wordt verteld, zullen deze ooit weer uit meditatie raken bij de aankomst van Miroku, de Boeddha van de toekomst. Zo ook geldt dat voor Kukai.

Het verhaal gaat dat Kukai in eeuwige meditatie is in het mausoleum. Dagelijks wordt eten en drinken voor de deur van het mausoleum achtergelaten, om hem te steunen in zijn meditatie. De hal is een belangrijk heiligdom en pelgrimsoord voor aanhangers van deze boeddhistische stroming. Een raam in de hal geeft uitzicht op het mausoleum, terwijl de ruimte voor het raam met veel gouden attributen is aangekleed.
Binnen in de hal bevinden zich meer dan 10.000 lantaarns, die werden geschonken door gelovigen en er voor eeuwig branden. In de kelder staan 50.000 kleine boeddha standbeeldjes. Wij hadden wel even nodig om alles in ons op te nemen.

Een pad van twee kilometer lang verbindt het mausoleum van Kobo Daishi met het centrum van Koyasan. Dit is het oude gedeelte van de begraafplaats met oude graven kriskras door elkaar. Groot en klein. Bijzonder is dat ook bij oude graven die compleet overgroeid zijn met mos, verse bloemen staan en buddha’s nieuw gebreide mutsjes dragen. Deze graven worden dus nog steeds bezocht door mensen die een connectie hebben met degene waarvoor het graf is gezet.

Nadat we uren hebben rondgelopen over de begraafplaats, lopen we nog even binnen bij de Daishi Kyokai tempel en lopen we door de straatjes van Koyasan. Het is een kleine plaats hoog in de bergen en ademt een rustgevende sfeer uit. Het leven speelt zich hier vooral overdag af. Restaurants sluiten al om 18:00, maar we kunnen niet echt een restaurant vinden. We hebben geen zin om uitgebreid te eten, dus we kiezen ervoor om naar de FamilyMart te gaan, een soort 7-Eleven die 24 uur per dag open is. Hier hebben we een paar kant en klaar maaltijden gekocht en meteen laten opwarmen en buiten op het terrasje van de winkel opgegeten.

Om 21:00 gaat de poort van onze tempel dicht, maar we zijn ruim op tijd op onze kamer. Een uur later wordt met de klankschaal (lijkt op een enorme stenen bloembak) signaal gegeven dat het bedtijd is. Wij liggen dan al lang op één oor. De volgende ochtend om 06:00 gaat onze wekker namelijk alweer, want een half uur later wonen we een boeddhistische ceremonie bij.

Eten bij de FamilyMart in Koyasan

De Yochi-IN tempel heeft 2 monniken en 4 leerlingen. Een van de monniken geeft vooraf aan de ceremonie uitleg in het engels over het verloop ervan. Eerst zullen de monniken een mantra in het Japans zingen en vervolgens in het Engels.

Tijdens de ceremonie mogen alle toeschouwers om en om wierook offeren in de brandpot. Steeds drie keer; de eerste keer met de wens voor wereldvrede, daarna een wens voor je familie en een keer een wens voor jezelf. Dit is de toeristenversie, want buddhisten offeren ook voor buddha. Tijdens de tweede mantra mogen de toeschouwers meezingen als zij dat willen. Dat er een Engelse versie werd gebruikt was vrij ongewoon volgens de monnik, niet veel tempels zijn zo progressief. Al met al een erg leuke ervaring en leuk om wat meer uitleg te krijgen en betrokken te worden bij de ceremonie.

Een half uur later keren we terug naar onze kamer. Onze futon bedjes zijn inmiddels weggehaald, alsof daarmee gezegd wordt dat we het niet in ons hoofd moeten halen om weer verder te slapen. Iets wat vorig jaar ook al gebeurde bij onze templestay. We pakken onze spullen en parkeren deze bij het kantoor terwijl we nog een keer een rondje lopen langs de tempels…