Naoshima

Eéntempelige pelgrimstocht van 1368 treden

We verlaten Naoshima en varen met de fast ferry in zo’n 20 minuten naar het eiland Shikoku, een eiland half zo groot als Nederland. Shikoku staat bekend om de Shikoku pelgrims route, een route langs 88 tempels geaffilieerd aan de boeddhistische stroming waar Kūkai (Kōbō Daishi) de grondslag voor legde.

Natuurlijk hadden we graag ook zo’n pelgrimstocht willen afleggen, maar dat gaat iets teveel vakantiedagen kosten. We weten inmiddels dat 40 dagen snel zou zijn; een van gasten die tegelijk met ons verbleef bij de Yochi-IN tempel in Koyasan, had de route net afgelegd in 40 dagen. Te voet. En daar was de monnik behoorlijk van onder de indruk. De totale wandelroute bedraagt ca. 1200 kilometer. Het was geen toeval dat deze gast in Koyasan was. Koyasan was namelijk de plaats waar Kukai een groot gedeelte van zijn leven verbleef en waar hij sinds het jaar 835 in eeuwige meditatie verkeert.

Aangekomen in Kotohira laten we onze koffers achter in kluisjes en lopen we richting het startpunt van onze ééntempelige pelgrimstocht. want zo kunnen we het wel noemen. Om bij de hoofdtempel uit te komen moeten we tientallen trappen met samen 785 treden lopen. Echter, om bij de hoogstgelegen tempel te komen, moeten we nog eens 583 treden lopen. Een workout van 1368 treden.

Het eerste gedeelte van onze pelgrimstocht gaat langs tientallen souvenirwinkeltjes die pal naast de trappen zijn gevestigd. Je wordt in Japan niet zo snel achtervolgd of gestalkt om ergens naar binnen te gaan, maar vanuit iedere winkel klinkt wel een luid welkom. Hoe fout de winkeltjes ook zijn, ze zijn een handig excuus om even te stoppen met de klim om op adem te komen terwijl je nadenkt wat je in hemelsnaam met de troep zou moeten doen als je het kocht.

Voordat we beginnen aan de klim, eten we de lokale specialiteit; Sanuki udon noodles. Het restaurantje had niets op de kaart in een voor ons leesbare taal aangegeven, maar wel plaatjes op de menukaart staan. Toen we bij het bestellen een aantal subkeuzes kregen, werd het wel wat spannend. We hadden geen idee wat hij ons vroeg en hadden zoiets van ‘Doe maar wat joh, we lusten alles’ 🙂 Na wat vriendelijk ja en ok zeggen, was de bestelling blijkbaar opgenomen en een minuut of 5 later zaten we aan de goede bodem te werken.

Na de 785 treden staan we bij de Kompirasan tempel. Mooi hoor, maar na het zien van alle eerdere tempels zijn we niet meer zo onder de indruk van het gebouw zelf. Maar wat het wel bijzonder maakt en wat we nog niet eerder hadden gezien, is dat deze tempel is gewijd aan Kompira, de kami (god) van de zeevaart. En dat op 500 meter boven zeeniveau. Dat dit een tempel is om de god van de zee te eren, is het best zichtbaar door de naast de tempel gelegen Ema Hall. Dit open gebouw hangt vol met platen en foto’s van schepen, slagschepen en zelfs ruimte raketten waarvan de bemanning om bescherming heeft gevraagd van de kami.

Het lijkt misschien wat raar om een tempel voor de zeevaart hoog op een berg te hebben, maar de afstand tot zeeniveau doet je de diepten van de zeeën realiseren, is de gedachte.

De meeste bezoekers aan Kompirasan komen niet verder dan de 785 treden, maar wij lopen uiteraard de andere 583 treden ook nog omhoog. Het is heerlijk wandelweer en we lopen door het groene bos. Aan het einde van de trappen komen we aan bij de Okusha schrijn.