Arashiyama en Sagano in Kyoto

Voor het eerst hebben we in Japan een lekker ruim appartement. Met een keukentje. Niet dat we dat gaan gebruiken, want de keuze aan restaurants in Kyoto is eindeloos. Na het dagje Nagashima Spa Land pretpark en het gesjouw met de bagage, hebben we eens heerlijk uitgeslapen voordat we op pad zijn gegaan.

Er is zoveel te zien in Kyoto dat het moeilijk is om keuzes te maken. We besluiten om deze middag een wandeling door Arashiyama, een gebied aan de westelijke rand van de stad te maken. We pikken eerst snel een ontbijtje op bij de Circle K om de hoek en pakken 4 haltes met de lokale JR trein naar Saga-Arashiyama.

Onze eerste stop in Arashiyama is Daikaku-ji. Dit is een tempel uit de Shingon-sekte van het Japanse boeddhisme. Het is de voormalige residentie van een keizer dat in 876 is herbestemd tot een tempel. Na het betalen van de gebruikelijke entreefee (normaal gezien zo’n 500 Yen bij bezienswaardigheden), kunnen we rondlopen door en langs het complex. We zien traditionele slaapplekken, welke eruit zien als lege kamers met rieten matten. Maar ook een aantal gebedsplaatsen waar mooie buddha-taferelen zijn opgemaakt. Het valt ons op dat deze gebedsplaatsen in Japan veel subtieler zijn dan wat we van Zuid-Korea, Sri Lanka of Thailand gewend zijn. De versieringen zijn veel gedetailleerder, zonder grote lappen stof of grote vlakken goud. De beelden zijn kleiner en subtieler van vorm.

Naast de belangrijkste tempel gebouwen is er een park met een grote vijver met lotusbloemen en een grote rode pagode. In het park staan ook diverse kleinere ‘kapelletjes’.

We hebben bij deze tempel een combinatieticket gekocht voor de Gio-ji tempel. Deze ligt zo’n 2 km verderop en deze route leidt door een leuke buitenwijk waar tussen de huizen door nog stukken grond worden gebruikt als landbouwgrond. Echt een pittoreske omgeving en totaal tegenovergesteld van de omgeving rond het centrum van de stad. Wel heel grappig is dat je in Japan nooit dorst hoeft te hebben, want om de 50 meter vind je een groot apparaat met koude- en warme dranken. Net als langs deze weg, bijna letterlijk op het platteland 🙂 In de apparaten zitten de bekende cola’s en andere suikerbommen, maar ook veel theetjes en blikjes koude én warme koffie.

Drankoutomaten in Kyoto
Gio-ji, Kyoto

Gio-ji ligt midden in een een bos dat vol ligt met groene mos en waarin grote esdoorns staan. De omgeving is super, maar op de tempel zelf zijn we snel uitgekeken. Omdat het al einde middag is, besluiten we na een kwartiertje snel verder te lopen. De meeste tempels sluiten hun poorten rond 5 uur en laten tot een half uur voor sluiting nog mensen binnen. Ook wordt het hier in deze tijd van het jaar vroeg donker.

Een kilometer verderop ligt Adashino Nenbutsu-ji. Via een erg leuk straatje met mooie Japanse huizen, lopen we er naartoe. We komen langs diverse winkeltjes met hebbedingen voor toeristen, maar het is uitgestorven op straat.

Tussen de Heian (794-1185) en de Edo (1603-1868) periode werden op de berg waar nu de Adashino Nenbutsu-ji tempel staat, lichamen van overledenen achtergelaten die geen nabestaanden meer hadden; ‘de doden zonder band met de levenden’. Er was toen een grote vrees voor epidemieën en door de oorlogen had men wel even andere zorgen aan het hoofd. De lichamen werden hier simpelweg achtergelaten zonder deze te begraven en zonder een eervol gedenkteken te geven. In de 9e eeuw besloot de monnik Kobo Daishi om een gedenkplaats te creëren door stenen te verzamelen die verspreid lagen in de omgeving en deze bijeen te brengen en als buddha’s te plaatsen op een veld. Dit resulteerde tot de ca. 8.000 stenen die er vandaag de dag zijn te zien.

Bijzonder ook om te zien was een gedenkplaats (tempel) voor het ongeboren kind. Hier zagen we veel babyspulletjes als schoenen, kleedjes en speelgoed. Op dit soort plekken, en zeker niet als er mensen hier staan om een andere reden dan de toerist uithangen, maken we geen foto’s.

Adashino Nenbutsu-ji
Otagi Nenbutsuji

Na het bezoeken van de bijzondere plek Adashino Nenbutsu-ji, lopen we nog iets verder de heuvel op richting de Otagi Nenbutsuji Tempel. Op deze plek staan 1200 stenen rakan beelden. Deze beelden staan voor toegewijde volgelingen van het boeddhisme, elk met een andere gezichtsuitdrukking. De beelden zijn gemaakt in de jaren 1980 en vroege jaren 1990 en staan verspreid over de bosachtige berghelling. Helaas is deze plek al afgesloten en kunnen we enkel over de poort kijken, waar we een paar beelden zien staan.

We lopen weer terug, naar de brug over de rivier. Het is al pikkedonker, maar de minimale verlichting in het bamboebos waar we doorheen lopen geeft een heerlijk vakantiegevoel. We lopen blijkbaar ook richting hét toeristische gebied van Kyoto, want we zien steeds meer mensen. In de straat die in het verlengde van de brug over de Togetsukyo rivier ligt, wemelt het van de restaurantjes waar je udon soep kunt eten, cakes of Japanse zoutjes kunt proeven of een souvenir vinden. Toeristen lopen hier rond in hun gehuurde kimono en voor een dag als geisha door het leven gaan.

Wij houden het voor gezien en besluiten met de trein naar het centrum te gaan en eten uiteindelijk bij Kineya Kyoto Porta een overheerlijke udon noedelsoep. We zien dat de noedels vers gemaakt worden en zo smaakt het ook, heerlijk! Eten in Japan is trouwens goed betaalbaar. Reken op zo’n 1.000 tot 2.000 Yen per persoon voor Japanse gerechten in een doorsnee restaurant. Vlees is wel flink duurder en groenten en fruit zul je in moeten halen als je weer terug in Nederland bent.